Roerdink-oudIn de Middeleeuwen lagen in het gebied van de Heerlijkheid Bredevoort twaalf landgoederen, die door adellijke families werden bewoond. Aan het einde van de Middeleeuwen zijn van hogerhand twaalf ‘burgerlijke’ boerderijen in dit gebied aangewezen als ‘Scholte’.

De adelstand rond Bredevoort verloor geleidelijk haar betekenis. Na 1795 was het aantal scholten-boeren officieel nul. Toch staan in het buitengebied van deze Heerlijkheid, de latere gemeentes Winterswijk en Aalten, maar liefst 55 grote dwarshuizen en villa’s, waarvan de bewoners en hun families meerdere generaties lang gewoonlijk als ‘scholte’ worden aangeduid.

De Scholten waren niet van adel, maar gegoede en vakkundige boeren die hun pachters begeleidden. Ze voerden voor hen de administratie en zorgden voor de afdrachten van de oogsten en opbrengsten aan de hofheer of het klooster waartoe ze behoorden. Ook de scholten waren horig en ze waren in die zin gelijk aan hun pachters. Dit systeem bleef na de Middeleeuwen nog lang in stand.

In 1795 brak de Franse tijd aan en de Franse overheid schafte de middeleeuwse horigheid af. Maar na 1820 beschouwden de scholtenboeren rond Aalten en Dinxperlo, en vooral rond Winterswijk, zich als eigenaar van de door hen beheerde gronden. Zij zetten de traditie van ‘horigheid’ en de afdrachten van de oogst in natura nog generaties lang voort.

Om kort te gaan: In de 19e en 20e eeuw verschenen, geheel tegen het tijdsbeeld in, steeds meer ‘scholtenboeren’. De lezing behandelt  de ontwikkeling van het aantal ‘scholten’ van 12 via 0 naar circa 50. Vanuit de Middeleeuwen bestonden ‘Scholtenboeren’ in juridische zin; in de 19e en 20e eeuw waren er ‘scholten’ in Winterswijkse zin, in feite waren ze gewoon ‘herenboeren’.

Met de ‘scholten’ in het Nationaal Landschap Winterswijk is het veelal niet goed afgelopen. Gaandeweg begonnen zij zichzelf als een soort adelstand te beschouwen. Onderlinge huwelijken met gevolgen voor de gezondheid van hun kinderen, het ontbreken van voldoende opneembaar geld en het wegvallen van gratis arbeid door pachters, knechten en meiden leverden veel achterstallig onderhoud aan de huizen op; maar ook een uitgesproken mooi landschap met veel bossen en houtwallen. Gelukkig worden vandaag de dag veel scholtenhuizen weer goed bewoond en beheerd.

Arjan Ligtenbarg houdt deze lezing op donderdag 14 november in Muziekschool Boogie Woogie, aanvang 20.00 uur.

Entree: leden 3 euro en niet-leden 5 euro.